Informatief, prikkelend en verrassend
Even voorstellen
Ik ben Philip. Meestal begin ik de dag meestal vroeg – en standaard met te veel koffie. Sport kijk ik graag, maar eerlijk is eerlijk: vooral vanaf de bank. Ik ben nu eenmaal een liefhebber van de drie B’s: bank, boek en bakkie.
Toch kom ik ook in beweging. Ik snuffel graag in archieven en ga langs bij mensen voor open gesprekken — niet alleen voor een kop koffie, maar vooral voor hun verhaal. Centraal staat steeds de mens achter de gebeurtenissen en feiten.
Die herinneringen, verhalen en informatie leg ik vast op papier. Soms rolt er een artikel uit. Of een anekdote die mensen raakt in een gesprek of tijdens een ontmoeting. Een enkele keer groeit het uit tot een boek. Uiteindelijk gaat het erom dat deze verhalen u bij blijven.
Mijn werk en drijfveren
Mijn werk beweegt zich op het snijvlak van geschiedenis, maatschappij, politiek en geloof. Wat mij vooral bezighoudt, is waarom mensen doen wat ze doen. Waarom kiest de één voor verzet en de ander voor aanpassing of collaboratie? Waarom raakt de ene generatie betrokken bij radicale bewegingen, terwijl de andere zich juist afkeert?
Ik beweeg mij in een lange tijdslijn: van de jaren twintig, met de opkomst van fascisme en rechts-autoritaire partijen, tot hedendaagse vormen van activisme, oproer en extremisme – van antifascistische, dieren- en pro-Palestijnse acties tot groeperingen als RaRa. Sowieso interesseert de naoorlogse periode mij: plannen voor staatsgrepen, ontkerkelijking, en de terugkerende maatschappelijke spanningen rond asiel, islam en (re)migratie in Nederland en de golfbewegingen aan de rechterkant van het politiek spectrum.
De Tweede Wereldoorlog vormt daarbij steeds een belangrijk referentiepunt. De bezetting, het onderscheid tussen ‘goed’ en ‘fout’, het verzet en de langdurige nasleep roepen telkens nieuwe vragen op – over schuld, zwijgen, schaamte en verantwoordelijkheid.
Wat deze thema’s voor mij verbindt, is hun menselijke kern: twijfel, angst, idealisme, loyaliteit en zwijgen. Ik onderzoek ze door te schrijven, lezingen te geven, archieven te doorspitten en in gesprek te gaan met betrokkenen. Niet om te veroordelen, maar om te begrijpen – en om zichtbaar te maken hoe het verleden doorwerkt in het heden.
